fauna

Vogels

Voor een volledige opsomming verwijs ik graag naar de lijsten in de literatuur.

De roofvogels zijn uiteraard één van de attracties in de Pyreneeën met de gieren als exponent: vale gier, aasgier en de prachtige lammergier, de bottenbreker. Vooral vale gieren zijn vaak in grote groepen te zien, soms tref je ze ook aan op de grond, ’s morgens als er nog te weinig thermiek is. Aasgieren zie je regelmatig, meestal per twee of drie. Lammergieren zijn meestal solitair. In 2014 zag ik ook de monniksgier maar die is zeldzaam in de Pyreneeën.

Andere roofvogels die zichheel regelmatig laten bewonderen zijn slangenarend, dwergarend, rode en zwarte wouw…

De steenarend is al een pak moeilijker te zien en de havikarend is er een zeer zeldzame broedvogel.

 

Waar het hooggebergte eerder arm is aan kleine zangvogels (tapuit, grijze gors, waterpieper, citroensijs...,) is de mediterrane vegetatie rijk aan kleine zangertjes, jammer genoeg zijn die in de zomer nogal onzichtbaar: baardgrasmus, bergfluiter…, en, in de open stukken, blonde tapuit.

De stemmige roodkopklauwier laat zich dan weer gemakkelijker zien en de duinpieper is regelmatig te horen. Ook bijenters laten hun typische roep dagelijks horen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor wie niet opziet tegen een trip van 100 km is het steppegebied van Los Monegros een mogelijkheid om speciale soorten zoals scharrelaar, kuifkoekoek, de zandhoenders, kalanderleeuwerik, Duponts leeuwerik.

 

Vlinders

Huesca is één van de Europese topgebieden voor vlinders, zowel voor het aantal vlinders als voor het aantal soorten. Niet voor niets noemde Marc Herremans dit een biodiversiteit hotspot toen hij in een wegberm in Revilla op 2 uur tijd 60 soorten dagvlinders aantrof. Een Franse studie op een goed gekend traject naar Las Bellostas trof er in juli 2011 69 soorten dagvlinders aan, een aantal daarvan stond niet op onze lijst maar daarop stonden wel nog een aantal soorten extra!

De crossbill guide vermeldt 191 soorten! Het determineren is vaak geen sinecure, vooral de blauwtjes, erebia’s en de dikkopjes zorgen voor de nodige kopzorgen, zeker als verschillende gidsen elkaar tegenspreken in naamgeving en determinatie.

 

De kleurenweelde is groot met soorten zoals witbandzandoog, boswachter, Cleopatra, meerdere pages, knoopkruidparelmoer…en hoger in de bergen de mythische apollovlinder.

 

 

 

heideblauwtjes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook hier is de grote afwisseling in hoogte, bodem en vegetatie de reden van de soortenrijkdom.

 

Het zal niet verwonderen dat er ook hier weer een aantal endemen zijn zoals de pyreneeën-glanserebia, Cantabrische erebia, …

 

libellen

De Crossbill guide vermeldt 57 soorten in Huesca, een groot deel daarvan is te vinden meer naar het zuiden (Ebro).

In het gebied waarover we hier spreken zagen we onder andere kleine tanglibel, Iberische beekjuffer, bronlibel, schemerlibel, ... Ongetwijfeld zijn mei en juni voor de libellen betere maanden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere

Hét geluid van het zuiden is uiteraard geproduceerd door de sprinkhanen, krekels en, vooral, de cicaden die, hoewel soms ongemakkelijk luidruchtig, bijzonder moeilijk te zien zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een lieverdje dat je best niet van al te dichtbij tegenkomt is de tot 10 cm grote Escolopendra, een soort duizendpoot die je onder stenen aantreft maar uitzonderlijk ook wel in huis durft komen. De beet van dit beestje is erg pijnlijk (zenuwgif) en het veiligste is dan ook om direct een dokter op te zoeken.

Overigens kan je bij het omdraaien van stenen ook schorpioenen aantreffen.

 

Andere bijzondere soorten zijn de bastaardlibellen, mierenleeuw, bidsprinkhaan, de enorm grote serresprinkhaan, Europes treksprinkhaan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reptielen en amfibieën

In het verblijf in Arcusa hoor je het melancholisch pjuut van de vroedmeesterpad en heb je op de muren, ook soms in huis, het gezelschap van de voorhistorisch aandoende muurgekko, de meester in het kleur aanpassen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De lijst van reptielen en amfibieën is lang en bevat uiteraard ook weer endemen: de Pyreneeënbeeksalamander en de Pyreneeënberghagedis.

 

Heel recent werd nog een nieuw endeem ontdekt! Rana pyrenaica , Pyreneeën beekkikker, lijkt op de bruine kikker maar moet als een aparte soort beschouwd worden. (Oteiza in de literatuur)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij wandelingen zie en hoor je overal de hagedissen weg ritselen maar de meeste laten zich maar moeizaam goed bekijken. Daardoor is het ook vaak moeilijk om ze goed op naam te krijgen. Muurhagedissen (twee soorten) en Algerijnse zandloper zijn algemeen.

De parelhagedis vlucht met veel gedruis, hij kan een halve meter groot worden!, maar als je na een paar minuten naar dezelfde plaats terugkeert, kan je hem soms zonnend bewonderen. Door zijn uitstekende ogen slaat hij wel weer snel op de vlucht. Ze kunnen vrij oud worden, zijn zeer territoriaal en kunnen ook in de bomen wegvluchten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om slangen te zien te krijgen ben ik blijkbaar niet geoefend genoeg (of ’s morgens niet vroeg genoeg op pad). Ontmoetingen zijn beperkt tot de hagedisslang en adderringslang. Nochtans zijn er nog heel wat andere soorten te zien zoals trapslang, esculaapslang, aspisaddder…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoogdieren

In de bergen laten gemzen en marmotten zich meestal vrij goed zien.

 

Marmotten laten zich bovendien zeer regelmatig horen met hun typisch gefluit. Ze werden uitgezet aan de Franse kant van de Pyreneeën maar koloniseerden ook de Spaanse kant.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook van everzwijn, ree en vos (zorro!) zijn er regelmatig waarnemingen. Vossen kunnen er opmerkelijk tam zijn. Zo zag ik in 2014 een vos een composthoop afschuimen terwijl we er met drie stonden op te kijken, hij verdween tenslotte tussen ons in, op nog geen halve meter!

Op wandelingen verraden dassen vaak hun aanwezigheid met sporen en latrines. Ze leven hier wel niet in grote clans maar eerder per paar.

Vooral in het zand langs de beekjes zijn de sporen van de genetkat te bewonderen, de soort kwam ooit mee met de Moren uit Afrika.

 

Ook sporen van marters zijn frequent.

Andere soorten zijn wilde kat, bruine beer (wat er van overblijft) en wolf (op komst in de Guara?)

Er komen volgens de Crossbill guide ook 27 soorten vleermuizen voor, niet verwonderlijk met al de grotten en rijkdom aan insecten. Met een beetje geluk tref je in één van de verlaten huizen de kleine hoefijzerneus aan.

In 2014 werden aan de Franse kant terug steenbokken uitgezet.

Uiteraard moeten we ook hier weer een endeem vermelden: de Pyrenese desman, een molachtig beestje dat in stromend water zijn kostje bijeen scharrelt.

 

 

 

 

Apollovlinder
Tanglibel
cicade
bastaardlibel
serresprinkhaan
parelhagedis
spoor genetkat
kleine hoefijzer
marmot
gemzen
muurgekko
witbandzandoog
violette vuurvlinder

 

Spaanse Pyreneeën en Sierra de Guara

 

Fauna