geologie

 

Spaanse Pyreneeën en Sierra de Guara

 

geologie

Bij een indrukwekkende streek als deze hoort een even indrukwekkende – én ingewikkelde -ontstaansgeschiedenis met twee gebergtevormingen: de Hercynische en de Alpiene.

 

Je komt hier dus niet alleen onder de indruk van de natuurpracht maar een beetje kennis van het ontstaan van deze streek laat je het landschap ook met andere ogen bekijken en dat niet alleen in de kleine details.

 

De eerste fase in het ontstaan van deze streek begon in het Carboon, zo’n 300 miljoen jaar geleden, de periode waarin de huidige steenkool gevormd werd en waarin de reptielen ontstonden. De wereld was toen bedekt met gigantische wouden waarin reuzeninsecten rondliepen en rond vlogen.

 

Tussen het huidige Spanje en Frankrijk ontstond er een hoog gebergte dat deel uitmaakte van een grote West-Europese bergketen met onder andere ook het Centraal Massief.

Door opstijgend stollend magma ontstond er graniet. Door de hitte van dit magma vormden zich bovendien metamorfe gesteenten zoals uit klei leisteen en uit zandsteen kwartsiet. Door latere erosie weer aan de oppervlakte gebracht, vormen deze gesteenten nu het skelet van de hoogste toppen van het gebergte.

 

Tegen het eind van het Perm, toen overal massaal soorten uitstierven, en begin Trias, toen dinosaurussen ten tonele verschenen, was dit gebergte alweer grotendeels afgevlakt met dikke pakketten sediment tot gevolg, sterk wisselend in uitzicht naargelang de manier waarop ze afgezet weden.

Het oercontinent, het gigantische Pangea begon toen te verbrokkelen en de eerste primitieve zoogdieren maakten hun opwachting maar pas toen de dinosaurussen het loodje legden konden ze volle ontwikkeling kpmen.

 

Door het verbrokkelen van Pangea ontstond er tussen Spanje en Frankrijk, langs een lange oost-west breuk, diepe zeeinhammen waarin veel sedimentatie gebeurde, onder andere kalksteen. Door de beweging van de aardplaten ontstonden er ook breuken en vulkanisme.

Ook op het einde van het Trias en gedurende het Jura, vele soorten ammonieten bevolkten de oceanen, werd in het gebied van de huidige Pyreneeën veel kalk afgezet (kalksteen, dolomiet) afgewisseld met, als de zee terugtrok, klei en evaporieten. Bij de latere gebergtevorming zullen deze lagen sterk vervormd worden!

Op de overgang Jura-Krijt kwam er een kortstondige verbinding Spanje-Europa tot stand, later in het Krijt overstroomde de zee weer dit gebied. Weer worden kalk en mergel afgezet en, naarmate de zee dieper werd, ook flysch.

 

Flysch is een gesteente afgezet onder diep-mariene omstandigheden, waarbij de vorming van schalie (rustig afzettingsmilieu) normaal is. De grovere lagen van conglomeraten en zanden (hoge energie) staan voor onderbrekingen in dit rustige milieu, die veroorzaakt worden door schoksgewijs massatransport vanuit het vormende gebergte. Vaak is dit massatransport te herkennen in de vorm van turbidieten.

Een turbidiet is een sedimentaire structuur die wordt afgezet door een troebelingsstroom. Dit is een soort lawine onder water. Turbidieten worden typisch afgezet op relatief hoge hellingen ver onder de waterspiegel.

 

Het einde van het Krijt, 65 miljoen jaar geleden, was weer een periode van wereldwijd uitsterven, waarschijnlijk als gevolg van meteorietenregens. Door dit ‘Schitterende ongeluk’ verdwenen de dinosaurussen en lieten ze de aarde aan de zoogdieren.

Zonder die inslag schreef ik dit niet want dan zou er nooit een mens ontstaan zijn, vraag is of dit positief is…

 

Van 65 tot 23 miljoen jaar geleden (eoceen-oligoceen) gebeurde er weer een grote ommekeer!

De Iberische plaat (Spanje) botste terug met Europa waarbij, vertrekkende van het oosten naar het westen de huidige Pyreneeën ontstonden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegelijk ontstond er in de Pyreneeën een grote oost-west breuk in de aardkorst.

Ten zuiden van dit gebergte ontwikkelden zich plooiingen zoals de anticlines van Boltaña en Mediano en de syncline van Ainsa-Buil. (zie http://www.georesources.de/pyrfore-17.html)

 

Ten zuiden van de rijzende bergketen bevond zich een groot bekken, eerst nog verbonden met de zee, later er van afgesloten.

 

 

De huidige Sobrarbe valt daaronder, met een veelheid aan afzettingen van vooral klei en evaporieten. Ten zuiden van Ainsa is de laag uit die periode meer dan 1000 meter dik!

We zien hier dus een uniek voorbeeld van interactie tussen gebergtevorming, erosie en afzetting. Ook de schitterende conglomeraatrotsen van Riglos ontstonden in de periode.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorbeeld van de complexe opvulling: omgeving Mondot

 

Vanuit deze periode dateren ook veel fossielen zoals de zee-egels en vooral nummulieten in de buurt van Santa Maria de Buil, ter plaatse het ‘smartie strand’ genoemd naar de gelijkenis met de snoepjes…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om het zo mogelijk nog ingewikkelder te maken gleden, door het omhoog komen van de centrale Pyreneeën, eerder gevormde lagen zuidwaarts en overdekten er de jongere lagen.

 

In het Quartair boetseerden de ijstijden het landschap. In de hogere gebergten zijn nog de sporen zichtbaar: cirques of keteldalen, halfronde kommen hoog in het gebergte, U-dalen, gepolijste gesteentes, morene afzettingen, puinhellingen… Gedurende de laatste ijstijd ruimde het bos plaats voor steppes en toendra. Op beschutte plaatsen bleven echter restanten bewaard. Uit onderzoek blijkt dat de gletsjers in de Pyreneeën bewaard bleven tot 17500 – 15000 jaar geleden. Door de opwarming na de ijstijd en de toenemende neerslag vestigde zich weer bos. Daarna, vanaf 5000 jaar geleden, is het vooral de mens die de vegetatie gaat beïnvloeden. Daarmee zijn we dan ook aanbeland in de geschiedenis.

 

De gletsjers in de Pyreneeën zijn de meest zuidelijke in Europa maar hun bestaan wordt door de opwarming ook bedreigd. Ze vormen een uniek ecosysteem met bijzondere soorten. De sector Gavarnie- Monte Perdido is met zijn 85 ha (in 2007) het tweede grootste gletsjer oppervlak in de Pyreneeën

 

Door deze bijzondere ontstaansgeschiedenis wordt de Sobrarbe nu opgedeeld in meerdere gebieden:

De axiale zone met de hoogste pieken tot meer dan 3000 meter (Aneto, Posets) met de oudste gesteenten zoals kwartsiet, schalies en graniet

Daarbij sluiten de ‘sierras interiores’ aan met toppen tot meer dan 2500 meter (Monte Perdido)

Dan volgt de depressie met daarin onder andere Ainsa

Tenslotte volgen de ‘sierras exteriores’ met ondermeer de Sierra de Guara

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sinds 2006 maakt een deel van dit geologisch erfgoed deel uit van het netwerk van Europese en wereldwijde geoparken.

 

(zie: http://www.geoparquepirineos.com/contenidos.phpniv=1&cla=_2OA1CATPF&cla2=&cla3=&tip=1&pla=0&idi=3)

 

 

Rivieren

 

Rivieren zijn een belangrijke landschapsvormende factor in dit gebied. In het gebergte vormen ze diepe, indrukwekkende kloven, zoals de Añisclo. Lager vormen ze bredere beddingen met grindbanken. Door het stuwmeer van Ainsa is het natuurlijk verloop echter grondig verstoord.

Het dorp Mediano verdween onder water, de spits van de kerktoren steekt als trieste getuige boven de waterspiegel.

De belangrijkste rivier is de Cinca die ontspringt in de gletsjer van de Monte Perdido. De rivieren (Cinca en Cinqueta) werden gebruikt om, bij periodes van hoge waterstand, boomstammen vanuit de Pyreneeën naar de Middellandse Zee te vervoeren. Meestal werden deze stammen gebruikt voor de scheepsbouw. Het laatste transport (navatas) op de Cinca vond plaats in 1949.

 

Mijnen

 

In de bovenloop van de rivieren vindt men ook de restanten van oude mijnen: ijzer (bij Parzan), zilver, lood en zink.

Bij Parzan werken tot 800 arbeiders. In de mijngangen werd olijfolie gebruikt voor de verlichting omdat het geen rook afgaf bij verbranding.

In de Chistau vallei waren er vanaf de 18° eeuw kobaltmijnen actief. Op een bepaald moment was deze mijn in handen van een Engelsman. De legende (?) vertelt dat de eigenaar een beetje te nauwgezet de rekeningen opvolgde waardor hij uiteindelijk van een hoge rots het ravijn ingeworpen werd, die ravijn kreeg daarna de naam ‘Salto del Ingles’…

Deze mijnbouw verdween in het midden van de 20° eeuw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de kalksteengebieden zoals het Monte Perdido massief (het hoogst gelegen kalksteen gebied in Europa) en de Peña Montañesa, wordt het landschap sterk beïnvloed door karst: dolines, rivieren die wegduiken in verdwijngaten en vooral de grotten.

In veel van deze grotten werden oude tekeningen teruggevonden en bij Tella werd het skelet van een holenbeer gevonden. Met zijn 1600 m hoogte is dit de hoogst gelegen vindplaats van een Holenbeer (Ursus spelaeus) in Europa.

 

(bron: http://www.geoparquepirineos.com/contenidos.phpniv=1&cla=_2OA1CCRP9&cla2=_2OA1CGQUH&cla3=&tip=2&pla=0&idi=3
karst
plooiingen als gevolg van tektonische krachten
conglomeraat
gevolgen van de afbraak...
restanten mijnbouw bij Parzan