geschiedenis

De streek wordt nu plat gelopen door toeristen maar de mens zette er zijn eerste voetstappen al lang geleden!

 

De oudste rotsschilderingen gaan ver terug in de tijd. Voor de grotten in het noordwesten van Spanje gaan dateringen tot 48 000 jaar geleden, mogelijks teruggaand tot de Neanderthalers! (Pike et al.). Ze tonen het dagelijks leven, jacht, vaak getekend met rode kleuren.

 

 

De oudste tekeningen stellen onder andere rendieren, holenberen en paarden voor, later, na het einde van de ijstijd, komen daar ook herten bij. De meest recente tekeningen dateren uit de Bronstijd toen de jagers-verzamelaars al plaats gemaakt hadden voor de landbouwers.

 

Men vindt de tekeningen vaak in ondiepe, moeilijk toegankelijke holtes.

De omgeving van de Rio Vero werd in 1998 door deze rotstekeningen geklasseerd als werelderfgoed.

Uit pollenanalyse blijkt dat vooral vanaf 5000 BC de Pyreneeën door landbouwers-herders gekoloniseerd werden. Vertrekkende vanuit de vallei van de Ebro werd de zuidflank van de Pyreneeën het eerst gekoloniseerd. Men vindt uit die periode pollen van weegbree en brandnetel. Ontbossingen zijn dan echter nog beperkt.

Vanaf 3000 BC, waarschijnlijk als gevolg van een nieuwe verbetering van het klimaat, volgde een tweede kolonisatiegolf waarbij overal ook op grotere hoogte sporen van landbouw opduiken.

dolmen Aarcusa

 

De dolmen van Tella en bij Arcusa, en werktuigen gevonden in de vallei bij Ainsa dateren uit het 4° millennium BC (4000 -3000 BC)

 

Na de Steentijd volgde de Bronstijd (2000 BC) met sporen bij Tella, Ainsa, Lecina, Abizanda,…

Vanaf 2000 BC namen de ontbossingen toe en werd het vee in de zomer meer en meer op grote hoogte gebracht.

 

In de IJzertijd volgden de Kelten die zich snel integreren (Celtibères). Ze exploiteerden vee, zout, olijven (sinds de 4° eeuw voor Christus in Aragon). Hun invloed is terug te vinden in de toponiemen: Bielsa, Boltaña, Cinca…

 

Uit de Steentijd dateert een werktuig dat iin de streek tot 1960 gebruikt werd! Het gaat om de trillo, een voorwerp gemaakt uit dikke planken, 1,6 meter op 0,6 meter, waarin 800 tot 1000 silexscherven werden gestoken. Dit diende om het graan te dorsen. Zelfs Orwell (zie literatuur) beschrijft dit werktuig maar ging er blijkbaar verkeerdelijk vanuit dat het om een soort eg ging.

Ook Daumas beschrijft hoe dit in de afgelegen dorpen nog gebruikt werd tot de jaren 1960.

 

 

Ook de Romeinen lieten hun sporen achter en Keizer Augustus stichtte Zaragoza (Caesarea Augusta).

 

Na het Romeinse rijk kwamen de Visigoten die het christendom invoerden.

 

De Sobrarbe kent nu nog 200 ermitages en veel kloosters. De Italiaan San Victorian vestigde zich in de 5° eeuw aan de voet van de Peña Montañesa. Bij zijn doortocht in Laspuña ontsprong als mirakel een bron…! Later bouwde men er een klooster dat er nu te bezichtigen is.

 

San Urbez is een ander heilige, geboren in 702 in Bordeaux. Hij vestigde zich in een grot in Vio, aan de voet van de Sestrales. De bovennatuurlijke kracht om het te doen regenen werd hem toegedicht. In de eeuwen daarna volgden meerdere pelgrimstochten om hem te eren en regen af te smeken.

 

In de 9°-10° eeuw liep de bosoppervlakte sterk terug, deels als gevolg van de landbouw, deels voor de bevoorrading van de ijzerindustrie.

 

In het jaar 711 vielen de Moren Spanje binnen. In de decennia hierna wisten zij geheel Spanje en het zuiden van Portugal te veroveren.

De Moren brachten niet alleen een andere taal en religie, maar ook een geheel nieuwe samenleving.

De uitbreiding werd voortgezet totdat de Moren de Pyreneeën bereikten. Daar maakten ze een niet-aanvalsverdrag met Karel de Grote van Frankrijk.

kasteel Loarre

 

Vanaf ongeveer 800 begon vanuit de provincie Huesca de Reconquista, waarbij de Moren door de Christenen teruggedrongen werden.

 

Her en der vindt men nog de sporen terug van deze Moren en de Reconquista: van de tot ruïne vervallen toren in Arcusa, het uitkijkpunt van Santa Maria de Buil, het kasteel van Ainsa tot, meer naar het westen, het imposante kasteel van Loarre.

Ook het pittoreske dorp Alquézar, midden de Guara, is van oorsprong Moors maar het werd in 1065 heroverd.

 

Toen de Moren teruggedreven werden bleven velen van hen achter en werden Mudéjar genoemd. Zij mochten hun geloof behouden maar dienden daarvoor een speciale taks te betalen, onder het bewind van de Moren gold overigens eenzelfde regeling voor de Christenen.

 

De moslims waren vaak ambachtslieden (bouw!) of landbouwers en hun kennis en werkkracht kwamen goed van pas. Dit betekende ook dat in veel gebouwen vanaf de 12° eeuw nog Moorse invloeden zichtbaar zijn. De Mudéjar architectuur van Aragon staat op de lijst van het werelderfgoed.

 

De Moren gebruikten ook hun kennis van irrigatie om in de Ebrovallei landbouwgronden in cultuur te brengen. In 1610 werden de Moren gedwongen Spanje te verlaten wat grote economische gevolgen had.

 

Tussen de valleien in Spanje en Frankrijk gebeurde veel handel en smokkel: vee, saffraan, munten, wijn, zout (bewaren voedsel en voor het vee), textiel, ertsen, olijfolie, wol, ezels, graan, tarwe, hout, boter, kaas…, passeerden officieel en officieus de grens in beide richtingen. Naargelang de conjunctuur gingen Fransen in Spanje seizoensarbeid uitvoeren (oogsten van olijven, hooien, …) of omgekeerd. Naargelang de politieke toestand vluchtten Spanjaarden naar Frankrijk of omgekeerd...

 

http://ricardogracia.wordpress.com/2010/04/21/esconjuradero/#jp-carousel-415

 

Het weer speelde de inwoners van de Pyreneeën en de Guara werd vaak parten. Regelmatig was het weken te droog waardoor de oogst verdorde en er om regen werd gesmeekt. Als die er uiteindelijk kwam was dat niet zelden in de vorm van zwaar onweer dat het restantje oogst om zeep hielp.

 

 

Het is dan ook niet verwonderlijk dat er middeltjes uitgevonden werden om het te doen regenen. Ook heiligen werden daarbij aangesproken, zoals San Urbez.

De ‘esconjuradero’is een vierkant gebouwtje, vaak in de buurt van de kerk, van waaruit de priester al naar gelang de behoefte de regen kon afsmeken of het onweer een andere richting uitsturen. Bij onweer werden ook de klokken geluid, alle beetjes helpen. Het valt te vrezen dat dit even ‘efficiënt’ was als de huidige hagelkanonnen… Naast de kerk van Guaso staat er een mooi voorbeeld van zo’n esconjuradero.

 

"On faisait sonner les cloches aussi lorsque s'annonçait une de ces tempêtes sauvages qui font crever les nuages et apportent grêle et grêlons. On disait que c'était les sorcières qui les amenaient, ces tempêtes, et qu'en entendant les cloches, elles prenaient peur et partaient ailleurs".

(Ana Tena Pena, 2017)

 

(zie ook http://ricardogracia.wordpress.com/2010/04/21/esconjuradero/)

 

In de 17° eeuw was de luxe in Spanje voor de adel en Kerk zo groot dat, in analogie met onze ijskelders, in de bergen ijs bewaard werd om inde zomer de drankjes te koelen. Men schat dat in 1638 elke dag 100 kg ijs in Ainsa geleverd werd voor het kasteel en geestelijken, de sociale ongelijkheid is niet alleen in Spanje een rode draad in de geschiedenis….

 

Tot de 19° eeuw en begin 20° eeuw bleven de Guara en de Pyreneeën een geïsoleerd gebied maar waren relatief dicht bewoond waarbij elk stukje grond gebruikt werd. Tot hoog in de bergen (1950 meter!) waren er akkers, panares, met een lange groeiperiode van augustus tot september. Deze overexploitatie was één van de redenen van de landvlucht in het begin van de 20° eeuw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nog in de 20° eeuw liet de burgeroorlog diepe sporen na, de dorpen zijn er nu nog vaak stilzwijgend verdeeld in de tweespalt van toen.

Grote delen van Aragon en de Pyreneeën waren Republikeins en vochten tegen Franco. Uiteindelijk werden de Republikeinen verdreven door de Nationalisten. Eén van hun laatste bolwerken was Bielsa waar ze stand hielden tussen 14 maart en 15 juni 1938 (Bolsa de Bielsa). Na hevige bombardementen door Franco werd Bielsa op 16 juni opgegeven en vluchtten de overlevende Republikeinen en een deel van de burgerbevolking (en met hen 15 000 stuks vee) naar Frankrijk. Als represaille voor de weerstand liet Franco hele dorpen verhuizen. Deze fase zorgde voor een verdere ontvolking van Haut-Aragon.

 

Na 1939 werd onder impuls van Franco het gebied ontsloten en werden er meerdere stuwdammen en hydro-elektriciteitcentrales aangelegd. Ook daarbij verdwenen volledige dorpen, vaak met uitstekende landbouwgrond. De bewoners kregen in het beste geval een aalmoes.

Een triest voorbeeld is het dorp Janovas bij Boltaña. In 1900 telde dit dorp 246 inwoners. Ook in die vallei werd een dam gepland en de dorpelingen werden door Franco uit hun huizen gedreven. De verlaten huizen werden opgeblazen. In 1984 verlieten de laatste inwoners na 20 jaar ongelijke strijd hun huis. De dam werd echter nooit gebouwd en heel het project werd in 2001 definitief opgegeven.

 

Vanaf de jaren 60 van de 20° eeuw veranderde de landbouw zodanig dat vele kleine dorpjes in de Guara en Pyreneeën met hun bijna autarkisch landbouwsysteem geen bestaansredenen meer hadden. Bovendien waren veel dorpen nauwelijks bereikbaar voor de vele machines die hun intrede deden in de landbouw.

Nog een reden van de leegloop was het teloorgaan van het transhumance-systeem. In de zomer werd het vee, toen overwegend schapen, naar de bergweiden gebracht, terwijl de kuddes overwinterden in de Ebro-vallei. 'Onderweg' werden de schapen soms gebruikt om bij de dorpen de akkers te bemesten. Een deel van de schapen bleef rond de dorpen en kregen er onder andere allelerlei bladeren (eik, es, olm) als voedsel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 6 à 10 dagen werden de schapen van de bergweiden naar het zuiden verplaatst, men gebruikte daarbij vaste

trajecten, de cabañeras.(Daumas 1976)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Later destabiliseerde de toenemende beweiding met koeien de bergweiden door overexploitatie.

 

Door al deze factoren werden hele dorpen verlaten, deze pueblos abandonados zijn nu een bezoek meer dan waard! (zie verlaten dorpen)

 

In de Sobrarbe bedraagt de bevolkingsdichtheid nu slecht 3 inwoners per km² meer!

 

Onder Franco kende het ultra conservatieve Opus Dei een grote bloei. Het pompeuze gebouw in Torreciudad (1975) werd door de stichter van Opus Dei opgericht op de plaats van een vroegere Moren nederzetting.

 

Na de dood van Franco (1975) en de toetreding van Spanje tot de EU (1986) nam het toerisme een grote vlucht - mede door de natuurparken - en werd het gebied meer en meer ontsloten. Gelukkig bleven hier de skipistes en bijhorende infrastructuur grotendeels achterwege.

 

In de diepe kloven wordt de rust wel verstoord door hordes neopreen mensjes op zoek naar de kick van het canyoning.

Toeristenconcentraties zijn er ook rond Ordesa maar als je een beetje uitkijkt, kan je nog steeds uren wandelen zonder één levende ziel tegen te komen.

 

Het groeiend toerisme in het zuiden van Spanje en het watertekort leidde zelfs tot een megalomaan project waarbij water van het noorden via 1000 km pijpleidingen in het zuiden de douches en golfterreinen zou moeten bevoorraden, tot nu toe is het gelukkig gebleven bij plannen….

 

 

piste naar Bestué, de oude landbouwterrassen zijn nog zichtbaar
(uit Garcia- & Lasanta-Martinez, 1990)Ruiz

 

Spaanse Pyreneeën en Sierra de Guara

 

geschiedenis