verlaten dorpen

Na de exodus uit de landbouw zijn er nu bijna 200 verlaten dorpen! In 1970 was de bevolking ten opzichte van 1900 gehalveerd.

Vaak liggen deze dorpen moeilijk bereikbaar maar bijna steevast word je bij het bezoeken ervan beloond door een schitterend uitzicht!

 

Toen Daumas (zie literatuur) eind de jaren 50 en jaren 60 van de vorige eeuw de Sobrarbe en Ribagorza verkende was nog één derde van de dorpen enkel te bereiken via muilezelpaden:

 

“…j’ai donc passé beaucoup de temps, et eu parfois beaucoup de peine sous l’ardeur du soleil aragonais, sur des sentiers caillouteux, poussiéreux, à gagner à pied, au prix d’une heure, souvent davantage, tous les établissements humaines non reliés au monde extérieur par une route carrossable”

 

Men leefde er van akkerbouw, meestal op kleine terrassen, en veeteelt (schapen). Met de bergdorpen werd er geruild: vlees in ruil voor olie en wijn.

Elk dorp had zijn eigen bron, molen, broodoven, pers, …Daumas beschrijft hoe het dorsen van het graan er nog op de aloude manier gebeurde, onder andere met muildieren die een houten plank trokken waarin silexstenen zaten (trillo). Om daarna het kaf van het koren te scheiden werd zoals in de prehistorie de wind gebruikt, zelden was er een wanmolen…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De huizen werden meestal zo gebouwd dat het vee onderaan de woning verbleef zodat men daarboven kon profiteren van de warmte van de dieren. Het is er vaak een doolhof van stallen, kamers, …

Ze zijn opgetrokken in dikke steen en ook de dakbedekking bestaat uit schalies, het onderdak is dan weer gemaakt met buxus takken. Binnenin zijn ze overwegend blauw geschilderd. Aan de buitenkant vallen ook de mooie balkonnetjes op wat zou wijzen op Moorse invloeden.

 

 

Met de bewoners verdwenen veel schaapskuddes en dit had weer een enorme invloed op de vegetatie. Door het wegvallen van de begrazing koloniseerde de stekende egelbrem hele gebieden.

Het oogt bijzonder mooi maar getuigt tegelijk van een verloren gegaan landbouwsysteem!

 

zeer interessant zijn de boeken van Cristian Laglera en de romans van Llamazares en Ana Tena Puy

 

zie: http://www.despobladosenhuesca.com/2010/

voor een documentaire:

http://www.canal-u.tv/video/universite_toulouse_ii_le_mirail/villages_fantomes_jose_maria_cuesta.10229

 

wanmolen Frontiñan
Morcat, in 1967 verliet de laatste inwoner het dorp
Bagueste

 

Spaanse Pyreneeën en Sierra de Guara

 

verlaten dorpen

« Le temps finit toujours par effacer les blessures. Le temps est une pluie patiente et jaune qui éteint doucement les feux les plus violents. Mais il est des braisiers qui brûlent sous la terre, des crevasses de la mémoire si sèches et profondes que jusqu’au déluge de la mort ne suffirait pas, quelquefois, à les faire disparaître. On essaie de s’habituer à vivre avec ces plaies, on amasse silence et rouille sur le souvenir et quand on croit qu’on a tout oublié, il suffit d’une simple lettre, d’une photographie, pour faire éclater en mille fragments la dalle de glace de l’oublie ». (Llamazares, La pluie jaune)

 

Morcat, tekening Thijs Desmet